Omschrijving
Doelstelling:
Deze les gaat over de basisprincipes van muziek. In deze les werken we met de vier bouwstenen van de muziek: ritme, melodie, akkoorden en durf. De les is geschikt voor leerlingen in groep 4, 5 en 6 van het basisonderwijs en kinderen in de bso.
In deze les werken we met de vier bouwstenen van de muziek:
1. Ritme
2. Melodie
3. Akkoorden
4. Durf – gewoon doen en proberen!
1. Ritme:
Ritme is de afwisseling van korte en lange klanken of stiltes. We oefenen het met klappen en woorden.
Oefeningen:
· Klap de 4/4 maat en tel hardop: “1, 2, 3, 4”
· Klap alleen op tel 1, blijf wel tellen
· Klap op 1 en 3 – leuk voor oudere kinderen
Met jonge kinderen: gebruik woorden van fruit om ritmes te maken:
· “Appel, peer” ? korte ritmes met rust
· “Sinaasappel, kers” ? snellere noten
· “Hele kleine rode besjes” ? nog sneller
Tip: Gebruik grote gebaren, een vrolijke stem, en maak er een klein muziekstukje van met de fruitschaal. Extra uitdaging: doe het in canon (na elkaar inzetten).
2. Melodie:
Melodie is een rij van tonen die omhoog en omlaag gaan.
Oefeningen:
· Zing samen de toonladder van C naar hoog en weer terug
· Oefen met lage C beginnen
· Zing daarna een bekend kinderliedje, bijvoorbeeld Pinda
Let op: Niet alle noten duren even lang — het ritme hoort altijd bij de melodie.
3. Akkoorden:
Een akkoord bestaat uit 3 verschillende noten uit de toonladder. Ze begeleiden de melodie.
Oefeningen:
· Gebruik klankstaven, ukeleles of boomwhackers
· Elke leerling speelt één noot
· Samen vormen jullie een akkoord
Staat er in het liedje “C”? Dan mag iedereen meespelen met C, E of G. Zo kan iedereen meedoen, ook op verschillende instrumenten.
4. Durf:
Durf is de vierde bouwsteen. Het betekent: gewoon doen en proberen.
Oefeningen:
· Maak eigen ritmes met woorden
· Teken schema’s of noten met letters
· Wissel van instrumenten
· Heb vooral plezier in het maken van muziek!